Do’s
- Positieve feedback
o Benoemen wat goed gaat
o Tips geven voor hetgeen dat niet goed ging
- Zelf gemotiveerd zijn over je eigenlesstof à weten waarom je iets aanbied, en je leerdoelen goed voor ogen hebben
- Muzikaal een goed voorbeeld geven
- Functionele begeleiding geven
- Differentiëren tussen de leerlingen en de klassen
- Moeilijke zaken bespreekbaar maken in de klas
o Erkennen dat bepaalde liedjes/ toonhoogten lastig zijn. En natuurlijk zodanig je les aanpassen dat deze behandelbaar zijn en met tips verhelpen.
- Individuele interesse tonen
Don’t
- Niet inspelen op de groep, maar gewoon je les doordauwen
- Alleen de goede leerlingen aandacht geven, of juist alleen de slechte
- Te moeilijke of JUIST te makkelijke stukken kiezen, inspelen op de beginsituatie van de groep.
- De leerlingen niet serieus nemen en begrip tonen voor hun situatie.
- Te veel uitleg geven, te veel willen praten.
- Te hoge maar ook te lage eisen stellen aan de groep
Pluk uit je middel bare school een goede en een slechte docent en omschrijf waarom deze docent goed was, of juist niet
Goede docent:
- Mijn blinde muziekdocent; Ik had altijd zeer veel ontzag voor het feit dat hij een zintuig miste en toch les gaf. Hij ging er van uit dat wij daar geen misbruik van maakte, en daardoor deed je dat ook niet. Deze docent had echt een super gehoor en hij was erg enthousiast. Hij organiseerde eens in de 2 jaar een songfestival waar ik altijd graag aan mee wilden doen. Dit was ook een motivatie om goed mijn best te doen tijdens zijn lessen.
-
Minder goede docent:
Met mijn natuurkunde docent kon ik minder goed overweg. Mijn beste vriendin en ik vonden het nogal leuk om een beetje te keten in de klas. Deze docent begon altijd al tegen ons te schreeuwen voordat de les was begonnen, maar vervolgens was hij absoluut niet consequent in zijn handelen. Hierdor konden wij toch altijd doen wat we wilden. Dit was zelfs als leerling vervelend (laat staan voor deze arme man)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten